Spp 003 nl - #153
Conversation
corrections
|
That is strange. The slickR package is no longer used. I guess that docker is using an old image?
@karenwuyts The "remove the |
Line 3707 in 1834abd This is due to the out of date branch. I would suggest to rebase this branch to the current main branch. This is something that @hansvancalster should fix. |
Co-authored-by: Janne Adolf <77746642+janneadolf@users.noreply.github.com>
added list of existing points (review Janne)
Co-authored-by: Janne Adolf <77746642+janneadolf@users.noreply.github.com>
Merge branch 'spp-003-nl' of https://github.com/inbo/protocolsource into spp-003-nl # Conflicts: # source/spp/mnm/spp_003_nl_peilbuisinst-mnm03.3/04_werkwijze.Rmd
…nto spp-003-nl
| Het terugvinden van aquatische steekproefeenheden vereist sowieso geen nauwkeurige locatiebepaling; een GPS-ontvanger zal daar volstaan. | ||
| Het vinden van een reeds geselecteerd staalnamepunt van een aquatisch type (zie [protocol spp-116-nl 2024.05](https://inbo.github.io/protocols/2024.05/index.html) en [protocol spp-117-nl 2024.06](https://inbo.github.io/protocols/2024.06/index.html) vereist wel het gebruik van een RTK-GPS-ontvanger. | ||
|
|
||
| ## Optioneel: gebruik van bestaande meetlocaties |
There was a problem hiding this comment.
| ## Optioneel: gebruik van bestaande meetlocaties |
…nto spp-003-nl
There was a problem hiding this comment.
Mijn veldwerkervaring is al wat gedateerd, maar hier toch enkele algemene opmerkingen en suggesties:
- Het protocol is heel helder. Als ik iets niet begreep is dat allicht omdat ik de bredere context niet helemaal ken.
- Om verder af te stemmen zouden op termijn enkele topics aangepast kunnen worden in het sfp peilbuis plaatsen + bijkomende protocols opgemaakt voor het installeren, programmeren en uitlezen van de drukmeters (staat al lang op de todo lijst)
- Ik begrijp niet waarom er verschillen zijn in de boordiepte naargelang de vegetatietypes. Het is erg ingewikkeld. Een paar zinnen die uitleggen waarom zou helpen. Het is ook niet duidelijk wat er met het meetpunt gebeurd wanneer er op de vooropgestelde diepte geen grondwater wordt aangetroffen. Soms staat er de meetnet coördinator contacteren, maar niet altijd.
- De regel om niet dieper te boren dan 1m onder de huidige grondwaterstand is niet houdbaar. Tenzij er enkel meetpunten worden geplaatst op het ideale moment van het jaar (bij de laagste grondwaterwaterstand), is er altijd een interpretatie en inschatting nodig tijdens het plaatsen van het meetpunt. Misschien kan het nuttig zijn om later terug te komen? Misschien heeft Mathias hiervoor suggesties.
- Voor de aanduiding van het type meetpunt is er een afzonderlijk veld. De honderdtallen en hoger worden gebruikt om bij clusters de onderlinge verhouding van de filterdieptes aan te duiden. Het wordt heel verwarrend als dit een dubbele betekenis krijgt. Een mogelijke suggestie is een andere letter gebruiken (vb. G van grondwaterstandsbuis) ipv P (piëzometer). - te bespreken met Mathias.
- Bij het gebruik van bestaande meetpunten is volgens mij de positie van de standplaats in het landschap veel belangrijker dan de afstand. Bijvoorbeeld: een meetpunt <50m van de standplaats, maar vlak naast een waterloop is allicht niet representatief. Hierover best iets toevoegen.
| --> | ||
| ``` | ||
|
|
||
| **Doeltype**: het habitat(sub)type of regionaal belangrijke biotoop (rbb) waarvoor de steekproeflocatie is getrokken voor een specifiek meetnet. |
There was a problem hiding this comment.
| **Doeltype**: het habitat(sub)type of regionaal belangrijke biotoop (rbb) waarvoor de steekproeflocatie is getrokken voor een specifiek meetnet. | |
| **Doeltype**: het habitat(sub)type of regionaal belangrijke biotoop (rbb) waarvoor de steekproeflocatie is getrokken voor het meetnet eutrofiëring via het grondwater. |
| ``` | ||
|
|
||
| **Doeltype**: het habitat(sub)type of regionaal belangrijke biotoop (rbb) waarvoor de steekproeflocatie is getrokken voor een specifiek meetnet. | ||
| Er komt geen overlap voor tussen sub- en hoofdtypes. |
There was a problem hiding this comment.
| Er komt geen overlap voor tussen sub- en hoofdtypes. | |
| Er is geen overlap tussen sub- en hoofdtypes. |
| De stijghoogte is de resultante van de hydraulische druk die ter hoogte van de filter in de ondergrond heerst. | ||
| De stijghoogte kan hoger, gelijk of lager zijn dan de grondwaterstand. | ||
| Bij de analyse van de chemische samenstelling heeft een piëzometer minder risico op invloed van insijpelend regenwater. | ||
| Bovendien wijkt de hydrostatische druk in de meeste gevallen niet of nauwelijks af van het grondwaterpeil als de piëzometer “kort” is (doorgaans \< 2-3 m). |
There was a problem hiding this comment.
| Bovendien wijkt de hydrostatische druk in de meeste gevallen niet of nauwelijks af van het grondwaterpeil als de piëzometer “kort” is (doorgaans \< 2-3 m). | |
| Bovendien wijkt het peil in de piëzometer in de meeste gevallen nauwelijks af van het grondwaterpeil als de filter niet veel dieper dan het grondwater zit (doorgaans < 2-3 m). |
|
|
||
| ## Doelstelling en toepassingsgebied | ||
|
|
||
| Dit protocol beschrijft het manueel plaatsen van een koppel ondiepe peilbuis en ondiepe piëzometer met automatische druksensor in een geschikte terrestrische en aquatische steekproefeenheid van het meetnet eutrofiëring via het grondwater (meetnet GW_03.3). |
There was a problem hiding this comment.
| Dit protocol beschrijft het manueel plaatsen van een koppel ondiepe peilbuis en ondiepe piëzometer met automatische druksensor in een geschikte terrestrische en aquatische steekproefeenheid van het meetnet eutrofiëring via het grondwater (meetnet GW_03.3). | |
| Dit protocol beschrijft het manueel plaatsen van een koppel ondiepe peilbuis en ondiepe piëzometer met automatische druksensor in een geschikte terrestrische en aquatische steekproefeenheid van het **meetnet eutrofiëring via het grondwater (meetnet GW_03.3)**. |
|
|
||
| Controleer in de GIS-applicatie wie de eigenaar en/of beheerder is van het gebied waarin de steekproefeenheid gelegen is. | ||
|
|
||
| Controleer de toestand van de piëzometers die binnen een straal van 50m van het middelpunt van de steekproefeenheid liggen: - noteer de eigenaar van de piëzometer - controleer of de piëzometer binnen hetzelfde doeltype ligt als de steekproefeenheid op basis van de habitatkaart - controleer of de piëzometer binnen hetzelfde bodemtype ligt als de steekproefeenheid op basis van de bodemkaart. |
There was a problem hiding this comment.
Niet de afstand, maar de positie in het landschap is hier cruciaal. Controleer zeker op mogelijk verschil in invloed van het oppervlaktewatersysteem, oppervlakkige afstroming en overstromingsdynamiek.
Wat gebeurt er als het bodemtype niet overeenkomt?
Ik weet niet hoeveel bodemtypes hier worden onderscheiden, maar op standplaatsniveau wijkt de textuurklasse van de bodemkaart heel vaak af van de effectieve textuur. Zeker in natste en venige locaties.
|
|
||
| - als je de reductiehorizont niet herkent of tegenkomt boven de initiële boordiepte en je komt al grondwater tegen, boor dan tot 1 m onder de huidige grondwaterstand. | ||
|
|
||
| - Indien er geen grondwater voorkomt binnen de initiële boordiepte wijst dit op een op hydrologisch geïsoleerde plas met geen of maar heel beperkte grondwaterinvloed. |
There was a problem hiding this comment.
Ik denk dat die conclusie niet zo snel genomen kan worden. Hier is een regel nodig ivm het seizoen waarin het meetpunt wordt geplaatst. In de winter kan de grondwaterstand veel hoger komen en wel degelijk invloed hebben op de plas.
|
|
||
| Geef de buizen een watinacode conform protocol [sfp-104-nl](https://protocols.inbo.be/2025.01/index.html). | ||
| Bepaal eerst het volgnummer van de piëzometer op basis van de beschikbaarheid in Watina. | ||
| Voor de peilbuis gebruik je een volgnummer dat 100 volgnummers hoger ligt dan de piëzometer (vb. ZWAP101 en ZWAP001). |
There was a problem hiding this comment.
Dit wordt erg verwarrend, want het 100, 200, ... + volgnummer systeem wordt al gebruikt om de ondiepe en diepere filters te onderscheiden. Als ik het goed heb is in watina een afzonderlijk veld voor peilbuis en piëzometer voorzien (net als peillat, ...) .
| - Zelfstandigheid: de veldmedewerker moet in staat zijn om het veldwerk zelfstandig uit te voeren. Uiteraard is het steeds mogelijk om inhoudelijke of praktische bijstand te vragen aan collega’s binnen en buiten het projectteam. | ||
| - Goed vermogen tot samenwerken en communiceren | ||
| - Fysiek in staat om het protocol in veilige omstandigheden te kunnen uitvoeren. | ||
|
|
There was a problem hiding this comment.
| - voldoende kennis bodemkunde om een eenvoudige bodembeschrijving met belangrijkste kenmerken op te maken (textuur, kleur, gley, structuren, ...) |
There was a problem hiding this comment.
het staat ook al wel in de sfp peilbuis plaatsen
| afh_aq = c("GD2", "GD2", "GD2", "GD2", "GD2", "GD2", "GD2", rep("", 22)) | ||
| ) | ||
|
|
||
| output_table <- kbl(gd_data, |
There was a problem hiding this comment.
Ik denk dat tabel redundante informatie geeft. Het veld 'afh_aq' is altijd hetzelfde voor de hele volledige kolom. Dit kan dus weg. Niet?
|
|
||
| ```{r gd-table, echo=FALSE, message=FALSE, warning=FALSE} | ||
| library(knitr) | ||
| library(kableExtra) |
There was a problem hiding this comment.
kableExtra is not included in the renv lock file. If the package is not installed, it will not render the table.
Description
This project-specific protocol describes the guidelines and steps for the manual installation of ground water wells in terrestrial and aquatic habitat types for monitoring of the ground water chemistry (nitrogen) for the Monitoring Programme for the Natural Environment (MNE; Meetnetten Natuurlijk Milieu, MNM). It makes use of protocol sfp_104_nl.
Related Issue
Task list
Steps by contributor:
protocolhelper::check_frontmatter()and address themprotocolhelper::check_structure()and address themNEWS.RmdReview steps for the author(s):
protocolhelper::check_frontmatter()andprotocolhelper::check_structure()succeeded without errors.To be done by an administrator after review: see guidelines for admins.